Geboren in 1936, viel zijn prille
jeugd samen met de oorlogsjaren. Verre van te beweren dat zulks
'onuitwisbare sporen' naliet, zal het toch ongetwijfeld zijn eerste
levenservaringen in het landelijke Huise hebben gekleurd.
(Zelf waren we amper zes jaar oud toen de geallieerden in Huise
neerstreken. Niettemin blijven de beelden van de legerkolonnes die rond de kerk
kampeerden onuitwisbaar in ons geheugen gebrand ..)
van jezuïet tot
benedictijn
Na een aantal kommerloze jaren in
dorp en school was het tijd voor het internaat in het Gentse
Sint-Barbara-college. Hierdoor zijn evenwel de boeiende ervaringen rond de bouw en de
verhuis in 1948 naar het grote nieuwe
Ooievaarsnest grotendeels aan hem
voorbij-gegaan. Voor jonge knapen als wij toen waren, toch wel een
opwindende reeks gebeurtenissen ..
Enkele jaren later ondergingen we zelf ook het 'kostschoollot'. Met terechte
trots keken we daar op naar ons broer toen hij met glans en bravoure de
rol van de boze heks vertolkte in het groots opgezette toneelsprookje
'Hansje & Grietje'.
De veeleisende opleiding die de paters jezuïeten voorhielden bleek evenwel
niet echt aan hem besteed. Onze ouders namen dan ook de beslissing -
achteraf wijs gebleken- hem toe te vertrouwen aan de zorgen van de
benedictijnen . In het verre Maredsous volgde hij een opleiding in de edelsmeedkunst, en cum laude
studeerde hij af in de keuzerichting 'dinanderie'. Hij presteerde het m.a.w.
om met precisie en veel geduld uit een vlakke koperen plaat een recipiënt te
hameren. Maar evengoed zagen we uit zijn vaardige handen sierlijk vaatwerk ontstaan,
vervaardigd uit edelere metalen als goud en zilver, want bestemd voor
kerkelijk gebruik.
schatten op zolder
Na zijn legerdienst, in
1958 - het Expojaar- begon hij met een niet aflatend dynamisme thuis de grote
zolderruimten in te palmen en te vertimmeren tot een indrukwekkend atelier
met branders, ovens en lopend bandwerk. Het begon stilaan op een heuse KMO
te lijken, inclusief leerjongens en een sales assistant. Maar zelf
leek Hubert wel een duizendpoot: het ene moment stond hij in overall te
lassen in het atelier, even later vertrok hij met das en jasje aan op
klantenbezoek, en vaak zat hij 's avonds nog te schetsen aan de tekentafel.
Begin de jaren zestig was hij al genoodzaakt uit te zien naar een nieuwe
lokatie, en hij kreeg de kans om op een hoek van het grootouderlijk domein
te Wannegem-Lede een nieuw atelier te bouwen.
 Ongetwijfeld
dankte Hubert zijn vaardigheid & vakmanschap deels van zijn opa Jozef Thomaes, en
toeval of niet, hier is hij in dezelfde pose vereeuwigd als zijn
overgrootvader, Leo Thomaes.. |
|
pater familias
Intussen was hij ook nog aan de bouw
van zijn woning begonnen, naast zijn atelier te Lede.
In 1967 trouwde hij met Cecilia Bauters, geboren en getogen op een
boogscheut van het ouderlijk nest. Apetrots kon hij weldra terugblikken op
de drie musketiers die zij hem schonk: Wouter, Peter en Stijn.
een nieuw elan
In de latere jaren zeventig koos
Hubert resoluut voor het unieke werk. Zijn scheppingsdrang schuwde daarbij
de uitdaging niet. Hij ging zich volop toeleggen op de techniek
van het bronsgieten. Geen dimensie of afmeting, noch de logistieke beperkingen van
zijn atelier leken hem af te schrikken. Een andere hoek van zijn werkplaats
transformeerde hij tot tentoonstellingsruimte. Bij tijd en wijle gooide hij
zijn deuren open en verwelkomde hij zowel de nieuwsgierige passanten als de
oprechte kunstminnaars.
Hij ontwikkelde een eigen herkenbare stijl die hij in het verloop der jaren
wist uit te puren en te verfijnen. Zijn werk werd reeds door een groeiend
aantal kunstliefhebbers geroemd, en hij was goed op weg naar een erkenning
in bredere kringen toen het fatum er anders over besliste.
Hubert, graag hadden we je je plaats zien innemen onder de coryfeeën van de
beeldende kunstenaars. Te bescheiden, en nog boordevol beloftes, ben je vóór
je beurt moeten heengaan.

Wellicht de
spontaanste lof over Hubert als mens en als kunstenaar vernam ik uit de mond
van E.H. Pierre Smeyers, pastoor te Ganshoren en tevens ziekenhuis-aalmoezenier. We
kwamen eerder toevallig met elkaar in gesprek - het was in januari 1997 -
toen hij, bij het horen van mijn naam, vroeg of ik geen familie was van ...
Het bleek toen dat hij Hubert meerdere opdrachten voor zijn parochiekerk had
laten uitvoeren. De daaruit ontstane vriendschap en waardering voor zijn
werk heeft hij dan ook beklemtoond door zijn aanwezigheid op Hubert's
uitvaartplechtigheid. |
|