Julia Thomaes
° Wannegem-Lede    06-09-1914
+ Etikhove  21-03-1992

Start Familiegeschiedenis Uit het Fotoarchief Familienieuws Reizen

{wijs de foto's aan voor toelichting - klik ze aan om ze te vergroten}

Ons moeder/(over)grootmoeder zag het levenslicht precies een eeuw geleden, net een maand na het uitbreken van wat we de 'Groote Oorlog' zijn gaan noemen.
Het landelijke Wannegem-Lede bleef evenwel van groot leed bespaard bij die invasie, in tegenstelling met wat veel steden en dorpen o.m. in Brabant en Wallonië te verduren kregen.
Vier jaar later, bij de aftocht van de Duitsers, zal het ommeland het echter wekenlang heel wat harder te verduren krijgen.
Zoals zes jaar geleden, toen we hier aan vader een hommage brachten naar aanleiding van zijn 'eeuwfeest', denken we nu met dankbaarheid en een vleugje weemoed terug aan moeder, die tweede schakel die niet alleen letterlijk aan de wieg stond van een indrukwekkend nakomelingenschap, maar voor elk van ons en zoveel anderen een unieke herinnering heeft nagelaten.
We doen dat vooreerst door even terug te grijpen naar wat voorafging en proberen te achterhalen hoe het kwam dat haar vader, een boerenzoon uit het Oost-Vlaamse Wannegem-Lede trouwde met een Brabantse jongedame uit Tildonk. Een onuitgegeven verhaal, een cesuur in de eeuwenlange traditie dat een bruid bij voorkeur gezocht werd onder de eigen of hooguit naburige kerktoren.

 

Franciscus Maria Jozef Thomaes werd geboren op Kerstavond van 1884 als eerstgeborene van Leo en Marie-Eugenie Van Cauwenberghe.
Zijn moeder stierf nog voor hij vier werd. Zijn vader, toen 40, hertrouwde met de 27-jarige Marie-Louise Van Oostende, en hield van de tien kinderen uit dit tweede huwelijk drie zoons en vier dochters over.  Jozef werd aldus de oudste van een snel uitdeinend kroostrijk gezin. Maar blijkbaar had hij meer aanleg of zin in mechaniek dan in de landbouwersstiel, want hij koos er voor een handel te beginnen in landbouw­machines. Hij was al een twintiger toen hij terug naar school trok en zich te Leuze aan het Collège Episcopal ging bekwamen in de Méchanique Agricole.
Op 31 juli 1910 behaalde hij er het diploma van Mécanicien Conducteur


U
it zijn bewaard gebleven correspondentie blijkt dat hij in die periode al volop melkontromers verkocht want uit een brief van 21 juli 1910, gericht aan Messieurs Persoons à Thildonck (hierbij komen we eigen­lijk al in het verhaal van hiernaast terecht) vraagt hij deemoedig of zij een bestelling van vier ontromers willen annuleren. Wat was er gebeurd? Hij preciseert zelf in zijn brief: ..pour la simple raison que mon pied gauche vient d'être coupé par une faucheuse. C'est de mon lit de souffrance que je vous écrit en vous priant d'agréer mes salutations distinguées et mon adieu dans le cas que je n'aurai plus le plaisir et le bonheur de vous voir..
Het achterliggende verhaal: enkele dagen te voren was hij het slachtoffer geworden van een vrij ernstig ongeval. Hij was die dag opgeroepen om op het veld een defect te herstellen aan een onlangs door hem geleverde maaimachine. Terwijl hij de machine aan het bijstellen was, werden de paarden om een of andere reden opgeschrikt, en deden onverwacht een paar passen voorwaarts. Daardoor kwam hij met zijn linkerbeen in het zaagmes terecht. Zijn voet werd net boven de enkel ei zo na afgesneden. De rest van het verhaal lijkt op een klein mirakel. De bijgeroepen arts, uit het naburige Huise, die per fiets gelukkig snel ter plaatse was, slaagde er in de bloeding te stelpen en ook een fatale besmetting te vermijden.
Steeds volgens de overlevering - zou een prof uit Gent 's anderendaags de patiënt (op de keukentafel) geopereerd hebben zodat hij uiteindelijk merkwaardig goed herstelde. Hij bleef niettemin dagenlang tussen leven en dood zweven en was in de krant al dood verklaard. Als men bedenkt dat er toen nog geen sprake was van bloedtransfusies, laat staan van antibiotica, dan mag zijn herstel een wonder heten.
Uit latere brieven zal blijken dat hij pas in november voldoende hersteld was om opnieuw aan de slag te kunnen gaan.


Maria Antonetta Lea Persoons werd geboren op 22 april 1880 te Wijgmaal Herent als zevende kind van Joannes & Joanna Catharina Bidet. Zij groeide op met vijf zussen en twee broers. Haar vader, Wannes in de wandeling, was eveneens landbouwer van stiel, en baatte het Hof van Dormaal uit, een eeuwenoude hoeve gelegen een eind buiten het dorp van Tildonk. Lea liep school, zoals haar zussen bij de zusters ursulinen.
Daarna trok ze echter naar Heverlee en behaalde aan de pas opgerichte
Ecole supérieure d'Agriculture in 1902 avec grande distinction het regentaat huishoudkunde. Zij behoorde aldus tot de eerste lichting die in deze richting afstudeerde, en kon blijkbaar vrij snel aan de slag, want in 1904 leidde ze reeds een cursus Landbouw & Huishoudkunde te Knesselare. Dit waren 'vervolmakingscursussen' voor landbouwersvrouwen, ingericht door het Ministerie van Landbouw, om hen kennis en vaardigheden bij te brengen op gebied van zuivel­productie, hygiëne, huishoudkunde e.d.
Zij bleef deze cursussen , die elk ongeveer drie maand duurden, geven tot in 1910, en verbleef aldus achtereenvolgens in min­stens een twaalftal Oost-Vlaamse gemeenten. (meer info? hier klikken). De mondelinge overleve­ring laat ons hier wat in de steek, maar het leidt geen twijfel dat Labor en Amor hier mekaar hebben gevonden. Wellicht hebben zich hier de wegen van de jonge vertegenwoordiger en die van de Brabantse schooljuf gekruist. Zij bleek dan ook nog de zus te zijn van de heren Jules en Alfons Persoons (zie ook hiernaast ..), fabrikanten van de melkontromers die hij succesvol aan de man wist te brengen. Het kan toeval zijn maar de laatste cursus plaats vond te Wannegem-Lede in 1910, een jaar voor ze in het huwelijksbootje stapten..
Dinsdag 19 september 1911 was het dan eindelijk 'D-day'.
De huwelijksplechtig­heden verliepen te Tildonk, zowel burgerlijk als kerkelijk, alles met grote sier en iedereen in groot ornaat zoals het toen bij de gegoede burgerij de regel was. De groepsfoto hiernaast is, naar we vermoeden, genomen in de parktuin van August (II) de Behault du Carmois, toenmalig burgemeester van Tildonk. De broer van de bruid, Jules Persoons, volgt zijn politieke rivaal in 1912 op als burgemeester en zal, na WO I, het domein weten te verwerven en er zijn
prestigieuze villa optrekken.
Van de Oost-Vlaamse Thomaes-delegatie kunnen we alvast een tiental gezichten thuisbrengen. In belangrijke mate is het welslagen van dit identificatieproces echter te danken aan de inbreng van moeder die de laatste jaren, telkens ze op bezoek kwam, pakken familiefoto's meezeulde. Met een niet aflatende ijver - al waren sommige referentiepunten al wat wazig -geworden - wees ze ons gezichten aan en plakte er namen op van ooms en tantes die wij alleen kenden van horen zeggen of van de bewaarde bidprentjes. Dit gold, uiteraard, evenzeer voor de Persoons-tak.

Het jonge koppel neemt zijn intrek in wat in Lede gemeenzaam door iedereen Het Hoveke wordt genoemd. Enigszins bevreemdend als toenaam want de woning heeft meer de allure van een burgerhuis, mét etage, het soort woning dat je toentertijd in Lede-dorp wellicht op één hand kon tellen. Op een stokoude foto, vermoedelijk te dateren omstreeks, of zelfs voor 1887, helaas niet zonder schade bewaard, herkennen we links wel stallingen, schuur, paard en kar, wat onmiskenbaar op hoevebedrijvigheid wijst. Voor de gelegenheid hebben blijkbaar alle bewoners voor het huis postgevat. Steeds volgens de familieoverlevering behoorde Het Hoveke tot de bruidschat van Leo Thomaes' eerste vrouw, de moeder van de bruidegom. Een erfstuk dus van de familie Van Cauwenberghe-Goeminne. Het blijft natuurlijk giswerk, maar vermoedelijk zijn de oudjes op de bank Jozef's maternele grootouders, en de rijzige vrouw in de deuropening mogelijk zijn moeder. ..Als tenminste onze poging tot datering klopt ..
W
e mogen er van uit gaan dat kort na dit tijdstip de landbouwbedrijvigheid is stilgevallen: grootvader Bernard Van Cauwenberghe overlijdt in 1893, maar zijn vrouw, Maria-Sophia Goeminne, was hem al voorgegaan op 3 mei 1887, vier maand vooraleer ook zijn dochter Eugenie, (onze maternele overgroot­moeder) vroegtijdig komt te overlijden (zie hierboven). Bovendien was zijn zoon Karel reeds in 1877 op 35-jarige leeftijd overleden, zodat er geen toekomst meer was voor een verdere uitbating van 'Het Hoveke'. Kleinzoon Jozef Thomaes wordt er dus via zijn moeder erfgenaam van. Maar, zoals hoger reeds werd aangestipt, zag hij zijn toekomst eerder in de mechaniek dan in de boerenstiel. Daardoor kon hij het erfgoed ingrijpend een totaal ander uitzicht laten ondergaan: Geleidelijk aan werd het omgeturnd van 'hoeve met boomgaard' tot 'landhuis met riante siertuin'. Bij het ontwerp en de uitvoering van de tuin was de vakkundigheid van opa zeker van primordiaal belang, maar zonder twijfel werd hij mee geïnspireerd en bijgestuurd door zijn echtgenote die door haar afkomst ook wel van wanten wist. Het domein groeide met de jaren uit tot een imposante landschapstuin, compleet met vijver maar evenzeer voorzien van serres en een royale moestuin.

1914augustus: ons land wordt onder de voet gelopen door de bezetter, die stromen vluchtelingen voor zich uit drijven.
Op
6 september, wordt in het Hoveke een flinke dochter geboren. De volgende zondag (de familie uit Tildonk moest in deze onzekere omstandigheden in Lede geraken !) wordt ze gedoopt en krijgt de namen Maria Leonia Jeanne Julia Thomaes.
Grootvader Leo Thomaes zal met fierheid zijn eerste kleinkind begroet hebben, en uit de naamgeving (tweede voornaam) van de dopelinge leiden we af dat hij de peter wordt en dat grootmoe
Persoons-Bidet (derde voornaam) tot meter wordt bevorderd. Zoals een eeuwenoude traditie het voorschrijft.
Dat de roepnaam (
Julia) als laatste voornaam figureert was de regel bij veel families. Zoals ook alle meisjes in het gezin Persoons zonder uitzondering Maria als eerste voornaam kregen, een onmiskenbare, consequente uiting van een intense Mariadevotie, die hier wordt voortgezet.
En een (iets minder prominent) vervolg krijgt bij de naamgeving van alle tien de kinderen die de pasgeborene in een volgende generatie zal voortbrengen.
Van moeders prille jeugdjaren weten we eigenlijk niet zo veel. Amateurfotografie stelde toen nog niet veel voor, en zeker niet in oorlogstijd, zodat ook daarvan weinig sporen zijn overgebleven. Daarop maken de twee kiekjes hiernaast, die vermoedelijk dateren van eind 1916, een uitzondering. Op de achtergrond prijkt een imposant beeld van Diana, godin van de jacht, waarvan op de groepsfoto hogerop hierboven ook een glimp te zien is tussen de schouders van twee onkels op de bovenste rij. Ook de typische kegelvormige spar (die je te zien krijgt als je de trouwfoto aanklikt) vinden we daar terug. De kiekjes zijn dus zonder twijfel gemaakt in de Tildonkse tuin van oom Jules Persoons, en wellicht door hem.
Het zijn twee bijzonder leuke prenten. Niet om de kwaliteit want die valt eerder pover uit naar onze hedendaagse normen. Maar wegens de symboliek. Iedereen die ooit te gast is geweest op het Ooievaarsnest te Huise (en dat zijn er vele ..) zullen aldaar kennis hebben gemaakt met het uitgebreide vogelbestand van allerlei pluimage. Van kanaries, parkieten en papegaaien in kooien en volières tot kippen, eenden, ganzen in de boomgaard en dan nog 's duiven en pauwen op het dak.
De onstuitbare liefde van ons moeke voor 'onze gevleugelde vrienden' was legendarisch. En hiernaast kunnen we zien hoe en wanneer het allemaal begonnen is: Een witte duif komt aangevlogen en kiest de koets van de kleine Julia als landingsplaats. .."En 't spel zat op de wagen "...
Helaas was het nog geen vredesduif die daar eind 1916 te Tildonk neerstreek. Mogelijks zaten de oorlogsomstandigheden er voor iets tussen, maar waarschijnlijker is het dat om louter professionele redenen het gezin Thomaes-Persoons in die periode te Tildonk verbleef. Eerder dat jaar verbleven ze trouwens (ter promotie van de ontromers Persoons) in Bersillies-l'Abbaye, een piepklein dorpje in Henegouwen pal op de Franse grens. (volgens Google-Maps is het al door Frankrijk geannexeerd !!). Dat weten we door een bewaard gebleven brief die ons grootvader daar kreeg van zijn zus Marie eind maart 1916, en waarop we in 'Fotoarchief' eerder al uw aandacht hebben gevestigd.
Begin 1917 verblijven ze in elk geval te Tildonk, want op 16 januari wordt aldaar een broertje voor de kleine Julia geboren. Hij krijgt de namen van Alfred Clement Louis Jules Thomaes. (Uit de voornaamkeuze leiden we af dat tante Irma-Clementine en onkel Jules Persoons respectievelijk tot meter en peter zijn benoemd).
De vreugde om de geboorte van zijn eerste kleinzoon is voor grootvader Leo Thomaes echter van korte duur geweest. Vier maand later, op 18 mei 1917, overlijdt hij, 68 jaar oud. De last en verantwoordelijk­heid van de boerderij valt plots op de schouders van zijn vrouw en oudste dochters. De zonen Georges en Gerard zijn nog maar knapen van 16 en 15 jaar, en wellicht nog op kostschool. Zoon Charles, is dan 21, maar vecht als vrijwilliger aan het IJzerfront. De beproeving die de familie ondergaat is nog niet ten einde, want anderhalf jaar later, luttele weken voor de wapenstilstand, sneuvelt hij.
Hoewel ons moeder haar grootvader Leo Thomaes nauwelijks zal gekend hebben - ze was nog geen 3 jaar oud toen hij stierf - was hij toch prominent aanwezig in haar jeugdherinneringen. Misschien omdat ze precies een opafiguur heeft gemist in haar jeugd. (Grootvader Persoons was ook al 15 jaar overleden toen ze geboren werd). Het zal ook geen toeval zijn dat later de voornaam Leo(na) tot vier maal toe opduikt in de naamgeving van haar kinderen. En ze zal misschien ook als kind wel vaak de nestwarmte van 'Het Hoveke' gemist hebben, want veel kan ze er niet verbleven hebben. Van zodra ze schoolplichtig was liep ze school bij de ursulinen te Tildonk, logeerde bij de tantes en was later, als ze iets ouder was, op internaat. Maar ook de vakanties bleef ze meestal daar, want haar ouders verhuisden vaak voor kortere periodes naar diverse Waalse lokaliteiten. Vader Thomaes werd blijkbaar geen rust gegund tot ook elk Waals landbouwersgezin van de weldaden van een Persoons-melkontromer kon genieten.
Tussen beide foto's hiernaast ligt een heel tijdsverschil, maar ze zijn toch met enige zekerheid in Tildonk te lokaliseren.
Op de eerste is ze nog een bedeesde zesjarige, blijkbaar op wandel in de kloostermoestuin.
De tweede foto laat al een zelfverzekerde jonge meid zien van circa 13 - 14 jaar, die met toewijding de Heilige Theresia van Lisieux terug tot leven brengt in de processie. Deze jonge karmelietes stierf in 1897, amper 24 jaar oud, en werd in 1925 heilig verklaard. Wat zonder twijfel in de daaropvolgende jaren devotie-uitingen als deze inspireerde.
 
Als je de levensloop van ons moeder overloopt, kom je tot de vaststelling dat ze daarin als het ware een hoofdstuk heeft overgeslagen. Geen tijd voor een onbezorgde, kommerloze tienerjeugd na haar humaniora te Tildonk. Wegens tijdsgebrek. Hooguit anderhalf jaar was ze thuis toen de pijlen van Cupido haar daar in het landelijke Lede wisten te treffen. Maar nooit hebben we uit haar mond enig beklag daaromtrent gehoord.
Haar tienerjaren lijken vanzelfsprekend en naadloos te zijn uitgemond - via die eerste prille verliefdheid - in de 'huwelijkse staat' en het moederschap.
En zo zijn we even naadloos beland in het reeds geschreven verhaal van die jonge heer doktoor uit het naburige Huise.
Je komt er alles te weten over hun trouwfeest, hun huwelijksreis, de familie-uitbreiding, de oorlog als spelbreker, de verhuis van uit het Dorp naar het nieuwgebouwde Ooievaarsnest...
We stellen echter vast dat onze kroniek is stilgevallen vooraleer 'het nest' compleet was, en misschien voelen de twee jongste telgen zich daardoor nog altijd wat tekort gedaan. We proberen het enigszins goed te maken met dit salonfähig familieportret waarop ook zij prominent aanwezig zijn. Vermoedelijk te dateren in 1958.
En toen kwamen de jaren zestig er aan, die - alles wel beschouwd - ook voor ons gezin volop The Golden Sixties zijn geweest.
Wat zolang een roedel kinderen leek, is, voor je het weet, uitgegroeid tot een bende jongvolwassenen, die afstuderen en een voor een het nest verlaten om te gaan trouwen met hun lief.
De kleinkinderen volgen mekaar op in sneltreinvaart ..
Voor onze ouders lijken alle stukken van die grote gelukspuzzel stilaan op hun plaats te zijn gevallen.
Maar dan, op 15 februari 1971, overlijdt plots en totaal onverwacht ons vader, amper 61 jaar oud.
De pater familias, de steun en toeverlaat van moeder is niet meer. Voor haar stort in één klap een wereld-van-stuk-voor-stuk-opgebouwd-geluk in elkaar. Maar de sterke vrouw in haar, alsook de steun van haar kroost, behoeden er haar voor weg te glijden in ontreddering of zelfbeklag.
Moeilijke tijden staan haar nochtans te wachten. Pensioenrechten had ons vader nog niet kunnen opbouwen, dus valt moeder van de ene op de andere dag zonder inkomen. Ze staat er nu alleen voor om te zorgen voor haar 86-jarige vader die al veertien jaar lang in het Ooievaarsnest zijn oude dag doorbrengt. De jongste drie kinderen zijn hooguit nog tijdens de weekeindes thuis.
Het beheer van het veel te groot geworden huis kan ze niet meer aan, te meer omdat haar fysieke weerbaarheid sterk wordt aangetast door de woeker van reuma en artrose. Als haar vader, bompa Thomaes, vijf jaar later, op 18 maart 1975 overlijdt, neemt ze het onvermijdelijk geworden besluit het Ooievaars­nest te verlaten. Met pijn in het hart - en dat geldt voor iedereen die er gewoond heeft - is ze genoodzaakt dit uniek familiepatrimonium te verkopen en in andere handen te zien overgaan.
In Etikhove vindt moeder een bescheiden alternatief: laten we het maar een fermette noemen. Al klinkt dat iets te pejoratief voor het authentieke knusse landhuisje, dat ze mooi zal opwaarderen, en waar ze veel van haar meubelen en hebbedingen kwijt kan.
Maar vooral: het staat haar aan, ze is er graag, ze voelt er zich thuis.
Al zal ze er nooit nooit naar verlangd hebben, begint moeder, bezige bij die ze steeds is geweest, voorwaar aan een nieuw hoofdstuk in haar leven.  Zij verbijt zoveel als mogelijk de kwalen die haar belagen, en gaat opnieuw schilderen (iets wat ze in haar jeugd al succesvol had geleerd). Ze gaat haar talent bij de Vasa-schilderacademie vervolmaken en trekt letterlijk de boer op, wat resulteert in menig aardig konterfeitsel. Ook bloemenschikken en orchideeën kweken beoefent ze met veel passie en talent.
Vaak gaat ze op uitstap of op reis met kennissen uit haar brede vriendenkring of met een vereniging waar ze lid van was.
Verre bestemmingen schrokken haar niet af. Zo trok ze vastberaden naar een befaamd kuuroord in Bulgarije hopend op een heilzame werking op haar steeds zwakker wordende ledematen.
En ze was er voor haar kinderen en kleinkinderen. Zo liet ze zich wel eens ontvallen hoe de weekdagen, als ze alleen was, haar soms zwaar wogen, en hoe ze uitkeek naar het weekend. Want dan was ze steevast te gast in het gezin van een der negen kinderen. Tot eind de jaren tachtig, zolang haar conditie het enigszins toeliet, snorde ze er met haar Opel-Corsaatje overal heen: Bertem, Burcht noch Bellegem was haar te ver.
Tot in 1992.  Haar fysiek liet haar niet langer toe alleen, zelfstandig te wonen, en ze had er zich uiteindelijk mee verzoend naar een comfortabel rusthuis in Elst te verkassen. Maar ook dat levenshoofdstuk heeft Moeke, zij het ongewild, overgeslagen. 
We hebben haar die mooie eerste lentedag van 1992, 's morgens in alle vroegte, ademloos aangetroffen. Ze wachtte ons al op in haar rolstoel, want ze verwachtte ons, al haar kinderen, om die dag praktische regelingen af te spreken in verband met haar verhuis.
De zaterdag daarop, in de overvolle kerk van Huise, hebben we definitief van haar afscheid kunnen nemen en haar daarna met vader in het graf herenigd. Op haar kist schitterde een tuil witte orchideeën .. van eigen kweek ...

 

Start Familiegeschiedenis Uit het Fotoarchief Familienieuws Reizen

Bijgewerkt op 15/11/2016 © Raf van der Donckt